De geschiedenis van de tango

Oorsprong van de tango
Guardia vieja (oude garde)
Tango verovert de wereld
Tango verovert het hart van Buenos Aires
Tangocanción (gezongen tango)
Guardia nueva (nieuwe garde)
Tango zangers
Het gouden tijdperk van de tango
Astor Piazzolla
Mosalini
La joven guardia del tango (de jonge tangogarde)
Bronnen

 

Oorsprong van de tango

Er zijn vele boeken over tango geschreven. Tot op heden weten zelfs tango-onderzoekers niet waar het woord nu precies vandaan komt.Het meest aannemelijke verhaal is dat tango een Afrikaans dialect is. Buenos Aires en Montevideo waren jarenlang belangrijke overslagplaatsen voor slaven. Vicente Rosse beschrijft hoe de negerbevolking uit de Afrikaanse candombe de tangodans ontwikkelt. Voorlopers van de tango waren de habanera, de milonga en de ‘tango andaluz’. De tango ontstond in de buitenwijken  (de arrabal) van Buenos Aires. Hier woonde de gedesillusioneerde emigranten, Afrikanen en de verarmde stedelijke creolen. 95% van de bevolking behoorde tot de gente del pueblo (onderlaag van de bevolking). In het centrum van de hoofdstad aan de Plaza del Mayo  woonde en werkte de gente decente (de rijken).

De geschiedenis van de tango is grillig en kleurrijk. Eerst was de tango alleen instrumentaal. Later kwam er de dans en zang bij. Aanvankelijk waren viool, fluit en gitaar de instrumenten  van de tango. Later brachten de verworvenheden van de vooruitgang het orgeltje en de pianola. In 1935 werd in Duitsland  de bandonion ontwikkeld  die later de naam bandonéon kreeg. Carl  Zimmerman  uit Carlsfeld ontwikkelde de bandoneon uit de concertina. Heinrich Band  ging daar in verder en voegde er steeds meer tonen aan toe. De bandoneon is de ziel van de tango. Het werd het symbool van de Rio de la Plata. Dit is de delta waaraan zowel Buenos Aires als Montvideo liggen. De bandoneon wordt vergeleken met een mens of dier want hij gromt en blaft, huilt ,blaft en tiert. Sinds de bandoneon zijn intrede doet in de tango krijgt deze zijn melancholieke karakter.

Het ontstaan van de tango kan alleen worden nagegaan door de eerste partituren die ervan bestaan. Deze werden geschreven in 1880 door de pianisten in de chiquere etablissementen. Hier kon men zich een piano en pianist veroorloven.

(naar begin)

Guardia vieja (oude garde)

Angel Gregorio Villoldo was de belangrijkste vertegenwoordiger van de Guardia Vieja. Hij werd de ‘papa del tango criollo’genoemd omdat hij baanbrekend werk heeft verricht voor de ontwikkeling van de tango. Hij was in eerste plaats componist en daarnaast tekstschrijver. In 1905  gaf hij een van de belangrijkste tango’s uit genaamd ‘El Choclo’. Van hem zijn de eerste tangofilmopnames. Hij was ook de eerste die in 1907 in Parijs tango-opnames maakte. In Argentinië was de tango van het gewone volk. De elite die alles bezat deed de tango af als een minderwaardige creatie van hoeren, soeteneurs, klaplopers en messentrekkers. Het is aan hun te danken dat de tango zo lang een slechte naam heeft gehad. De gente decente wilde er niets mee te maken hebben.

(naar begin)

Tango verovert de wereld

Rond 1903 komt  de tango naar Parijs. Vanhieruit verspreidde het zich als een virus naar Moskou, Londen, New York, Wenen, Helsinki, Rome en zelfs Tokio. In 1914 sprak de aartsbisschop van Parijs de banvloek  uit over de tango. “Wij veroordelen deze vreemde dans, bekend als tango , ter dood omdat haar wellustige aard tegen de moraal in gaat”. Dichter Marinetti en Marcel Proust schaarden zich achter hem. Desondanks zet de tango haar opmars onverstoorbaar voort. Ook de Eerste Wereldoorlog kan dat  niet verhinderen.

(naar begin)

Tango verovert het hart van Buenos Aires

De tweeklassenmaatschappij verandert door de opkomende middenstand. Deze mondige middenklasse zorgt voor hervormingen in het onderwijssysteem en kiesrecht. Ook de armen kunnen nu studeren. De arrabal verandert in burgerlijke barrios (stadswijken).

Nu de tango zoveel succes boekt in Europa en ver daarbuiten en door de elite aldaar word vereerd kan de bourgeoisie van Buenos Aires niet achterblijven. En zo dringt rond 1920 de tango door tot in het hart van deze stad.

Tussen 1917 en 1934 zijn wel 1000 tango’s geschreven. Toch raakt de tango langzaam in het slop. De tangomode ebt weg uit de cabarets en de geluidsfilm en jazz doen hun intrede.

(naar begin)

Tangocanción (gezongen tango)

De violist en componist Francisco Canaro ziet nu zijn kans schoon. Hij exporteert de tango. Hij heeft de hand in grote zakelijke tangoprodukties, regelt de platenverkoop en optredens voor zijn orkest in Parijs. Er zijn zelfs hele huizen voor het orkest  in zijn bezit. Het wordt een echte amusementsindustrie. Rond 1920 ontstaat ook  de tangocanción. Zang doet haar intrede door de tekstschrijvers en dichters. Bekende namen zijn Contursi, Le Pera, Celedonio Esteban Flores, Manuel Rivero en Vaccarezza. Later  kwamen de dichters Homero Manzi en Enrique Santos Discépelo.

(naar begin)

Guardia nueva (nieuwe garde)

Rond 1917 ontstaat de Guardia Nueva. Als de tango tanende is proberen Osvaldo Pugliese en Elvino Vardaro haar nieuw leven in te blazen. Helaas, na anderhalf jaar moet dit alom erkende ensemble tegelijkertijd met Wall Street  het onderspit delven.

Het waren vooral de orkestleiders als de pianist Osvaldo Pugliese, bandoneonist Osvaldo Fresedo, pianist Juan Carlos Cobián, violist Julio de Caro, bandoneonist Pedro Maffia en bandoneoniste Paquita Bernardo die de tango verder ontwikkelen.

Pas als het ritme van de milonga word herontdekt keert het tij. Dit gebeurt als zangeres Rosita Quiroga in 1931  de dichter Homero  Manzi en de pianist Sebastián Piana opdracht geeft een milonga te schrijven.

(naar begin)

Tango zangers

Iedereen heeft wel eens gehoord van de zanger en componist Carlos Gardel. Hij werd wereldberoemd met  ‘Mi noche triste’ van Contursi. Op 23 juni treed Gardel voor de laatste keer op in de Columbiaanse hoofdstad Bogotá. Hij komt samen met Le Pera om bij een vliegtuigongeluk in Medellin. Hij is een volksheld en zijn graf is nooit verlaten.

Minstens zo belangrijk is Roberto Goyeneche. Het tijdschrift Confirmado noemt hem de beste stem van de tango. Ook Astor Piazzolla (beroemd bandoneonist en componist) is deze mening toegedaan en voegt er Edmundo Rivero aan toe.

(naar begin)

Het gouden tijdperk van de tango

In 1937 opende in nachtclub Malibu een octet met dirigent Anibal  Troilo. De garde van de jaren veertig doet haar intrede.

Tegen het einde van de jaren dertig had Argentinië weliswaar geen enkel van zijn economische problemen opgelost maar externe omstandigheden  bezorgden het land toch een periode van opbloei. Dankzij de Tweede Wereldoorlog beleefde Argentinië de grootste economische bloei uit zijn geschiedenis. Het werd de belangrijkste exporteur van vlees en graan naar Europa. De recessie was voorbij. De tango leeft weer op. Het  gouden tijdperk van de tango is aangebroken. De regering  Perón  stimuleert de tango. Een belangrijk dichter die over de armoede rond 1930 schrijft is Enrique Santos Discépelo. Als Perón aan de macht komt gaat  Enrique de politiek in om hem te steunen. Toch is de tango nooit gebruikt om politieke misstanden aan de kaak te stellen. Tango-onderzoeker José Gobello schrijft  “Voor de tango bestaat er geen volk als een abstracte eenheid of als ideaal. De tango kent alleen mensen van vlees en bloed”. Eigenlijk is de tango universeel omdat er over de hele wereld mensen de tango zingen, dansen of spelen. En deze tangobeoefenaars zijn allemaal mensen van vlees en bloed.

(naar begin)

Astor Piazzolla

Op 11 maart werd Astor Piazzolla  geboren in Argentinië. Hij zou uitgroeien tot de grootste componist van de twintigste eeuw. Hij liet zich inspireren door Bach, Elvino Vardaro, Anibal Troilo en Osvaldo Pugliese. In 1952 won hij de eerste prijs in het Fabien Sevitzky-concours voor compositie met ‘Sinfonia de Buenos Aires’. Dit gaf hem de mogelijkheid om in Parijs te gaan studeren bij Nadia Boulanger. Zij overtuigde hem te vertrouwen op zijn muzikale afkomst en hierop verder te bouwen. Astor Piazzolla zegt: “De woorden van Nadia Boulanger bevrijdden alles wat ik in me had”. Hij ging terug naar Buenos Aires. Hij breekt met de traagheid van de tango en zijn verouderde instrumentatie, waardoor hij de tango in de wereld van het stravinskyaanse polyritme en de bartokiaanse dissonantie plaatst en deze technisch en muzikaal laat groeien. Echter het volk stond niet open voor deze vernieuwende geest in de tango. Zij hoorden liever de traditionele tango. Het Octeto  Buenos Aires bestond nauwelijks anderhalf jaar. In 1956 emigreerde hij naar New York. Hij probeerde er te overleven met zijn  Jazz Tango. Toen zijn vader in ditzelfde jaar overleed componeerde hij “Adios Nonino”. Astor keert terug naar Argentinië. Pas in 1986 breekt Piazzolla door op het jazzfestival van Montreux samen met Gary Burton. Het had lang geduurd om het publiek voor zich te winnen. Echter zijn strijd om zich een plaats te veroveren verrijkte de tango en haalde hem uit zijn isolement. De tango werd in verbinding gebracht met andere muzikale bronnen en technieken. Astor Piazzolla was een groots musicus en is moeilijk te evenaren. Er zijn er weinig die in zijn schaduw kunnen staan. Hij overlijdt in 1992 in Buenos Aires.

(naar begin)

Mosalini

Astor Piazzolla raadde Mosalini (bandoneonist) aan om voor zijn muzikale ontwikkeling naar Parijs te gaan. Vele tangomusici zochten daar hun heil na de staatsgreep in 1955 in Argentinië. In Parijs wonen ook Juan Cedrón (zanger en gitarist) en Gustavo Beytelmann (pianist).

Beytelmann zegt : “We vochten met onze muziek tegen de militaire dictatuur en voor het herstel van de mensenrechten”.

(naar begin)

La joven guardia del tango (de jonge tangogarde)

Sinds de jaren tachtig kent de tango wereldwijd een grote opleving en heeft zij ook in Argentinië weer aan populariteit gewonnen. In Buenos Aires staat een nieuwe generatie tangomuzikanten en –dansers op. De nieuwe tangogeneratie heeft een gemiddelde leeftijd van rond de twintig en noemt zich  La Joven Guardia del  Tango. Ook dankzij Mosalini en bandoneonisten als Carel Kraayenhof en Leo Vervelde zal de tango ook in Europa nieuwe muzikanten aantrekken om de tango te spelen en  nieuwe tango’s te schrijven.

(naar begin)

Bronnen:

Tango (De bewogen geschiedenis van een dans)

Door  Arne  Birkenstock & Helene Rüegg

De geschiedenis van de tango

Door Ana Sebastian & Luis Labraña

(naar begin)